woensdag 10 oktober 2007

2D Beeldonderzoek




Uit deze drie tekeningen heb ik de eerste gekozen om mee verder te gaan. Het zijn silhouetten van gebouwen met een zee als lucht. Deze surrealistische voorstelling deed me aan een droom denken. Omdat de gebouwen heel zwart afsteken tegen de donkere lucht en er nogal dreigend uitzien moest ik aan een nachtmerrie denken. Met dit in mijn achterhoofd ben ik verder gegaan met de tekening. Eerst moesten we de nadruk leggen op lijnen, daarna op vlakken en daarna op lijnen en vlakken tegelijkertijd.










Na deze houtskooltekeningen zijn we overgestapt op verf. We begonnen met het mengen van zwart uit magenta, cyaan en geel. Dit lukte mij niet echt maar na veel oefenen kwam ik wel in de buurt van zwart. Met die zwarte verf ben ik verder gegaan met mijn nachtmerrie. De fout die ik bij de houtskooltekeningen maakte was dat ik teveel vasthield aan het feit dat het gebouwen waren, terwijl het belangrijkste juist die nachtmerrie was. Het mogen wel gebouwen worden, maar die gebouwen mogen neit worden getekent met de intensie dat het gebouwen zijn, maar dat het een nachtmerrie is. Bij de volgende verftekeningen heb ik geprobeerd om me niet meer zo aan de voorstelling vast te klampen, maar juist de nadruk te leggen op het uitbeelden van een gevoel.



Na deze zwart/wit schilderijen hebben we een uitstapje gemaakt om te beginnen met kleur. We moesten foto's maken van verschillende dingen in onze dagelijkse omgeving die door middel van licht en schaduw bijzonder werden. Ik heb de volgende foto gekozen om mee door te gaan.
Omdat deze foto een weerspiegeling van de werkelijk is moest ik (alweer) aan een droom denken. Als thema voor de volgende schilderijen heb ik dan ook voor dagdroom gekozen. Ik heb de kleuren in de foto geprobeerd te mengen en ze op zo'n manier non-figuratief te schilderen dat het gevoel van een dagdroom bij je opkomt als je naar de schilderijen kijkt.



Ik had eigenlijk nog geen flauw idee hoe ik dit moest doen en het is bij deze foto dan ook aardig mislukt. Ik had nog geen gevoel voor de kleuren en de mate waarin ik de kleuren op het papier aan moest brengen en de verschillende technieken om iets duidelijk te maken. Ik moest nog experimenteren met de manieren van werken. Ik was nog niet vertrouwd met de kleuren en wist nog niet goed wat ik hiermee aanmoest. Mijn tweede foto die ik heb gemaakt is erg levendig, dat heb ik in de volgende schilderijen geprobeerd naar voren te laten komen.



Na dit werk heb ik stilgestaan bij wat ik tot nu toe heb gedaan. Ook heeft Peter Kantelberg enkele opmerkingen over mijn werk gemaakt. Mijn grootste probleem tot nu toe was dat ik de verf nog niet zag als een materiaal waar je gevoel mee uit kan drukken. Mijn werk tot nu toe is meer een herhaling van technieken die zonder enige reden zijn gebruikt. Mijn tekeningen hebben nog geen betekenis en ik werk te chlichématig. Ik moet leren dat de techniek ondergeschikt is aan de betekenis en dat die technieken die ik gebruik naar een hoger niveau moeten worden getild en vooral met een reden moeten worden gebruikt (bijvoorbeeld verfspatten mag, maar alleen als dit essentieel is voor de betekenis van je schilderij). In het laatste deel van de opdracht heb ik geprobeerd aan al deze punten te werken.
Ik heb voor het laatste deel van de opdracht gekozen om door te gaan met de voorstelling van de huizen van het begin. Deze voorstelling wilde ik alleen niet letterlijk na gaan maken elke keer, maar ik wilde het aspect van de droom er in terug laten komen. Een droom hoeft niet persé slecht of goed te zijn, en ik wilde bij elk schilderij een iets andere kant van een droom laten zien. Ik vond droom als thema wel erg letterlijk, dus ben ik meer uit gegaan van iets surrealistisch (huizen met een zee als lucht is natuurlijk een surrealistische voorstelling). Bij de eerste schilderijen heb ik vooral geexperimenteerd welke kleuren dat gevoel het beste konden uitbeelden. De kleuren die ik heb weggestreept waren groen, geel en oranje (deze had ik in mijn eerste probeersels wel gebruikt). Vooral de combinatie van blauw, paars, magenta en wit werkte goed samen om dat surrealistische uit te beelden.









Bij deze oefeningen ben ik uitgegaan van teveel verschillende dingen. Dat surrealistische moest ik achterwege laten en in plaats daarvan moest ik gaan nadenken over de mogelijkheden van een nachtmerrie. Wat is een nachtmerrie eigenlijk? Dat hoeven niet alleen donkere kleuren en rode verfspatters te zijn. Een nachtmerrie is iets wat niet echt gebeurd, gewoon een droom. Ook heb ik me per oefening te erg beperkt kwa kleurgebruik. In elk schilderij zitten hooguit 4 verschillende kleuren. In de laatste schilderijen die ik heb gemaakt heb ik al die kleuren bij elkaar gebracht. Ook heb ik door nog meer te experimenteren met verftechnieken geprobeerd dat dromerige beter te verbeelden. Ik heb bijvoorbeeld contourlijnen vervaagd en de kleuren niet eerst laten drogen voordat ik verder ging met schilderen, zodat alles een beetje in elkaar overloopt en met elkaar mengt.










Geen opmerkingen: