zondag 14 oktober 2007

Serieel beeld

De onderstaande foto's heb ik per categorie uitgekozen als beste.
Voertuigen

Kostuums

Dieren


Typografie

Afval

Ik heb de foto van het hondje uitgekozen om mee verder te gaan omdat deze de verbeelding prikkelt. Je weet niet wat er aan de andere kant van de lijn zit. Als thema voor mijn onderzoek heb ik 'alleen?' gekozen, omdat je niet weet wie of wat er aan de andere kant van de lijn zit. Ik ben op zoek gegaan naar gedichten, foto's en schilderijen van bekende kunstenaars, citaten, associaties, betekenissen in woordenboeken en enceclopedyen om meer inzicht in mijn thema te krijgen. In het fotomuseum in Antwerpen vond ik een kaart waar een klein hondje met zijn pootje in het gips op staat afgebeeld. Er staan heel veel mensen op de kaart maar je ziet alleen de benen van de mensen en degene die de riem vastheeft staat met zijn rug naar het hondje toe. Dit was erg toepasselijk voor mijn onderzoek omdat veel citaten zeiden dat als je je eenzaam voelt, het niet persé hoeft te betekenen dat er niemand om je heen is. Aan de hand van deze kaart ben ik gaan schetsen en heb ik een nieuwe reeks foto's gemaakt.

































Aan de hand van deze foto's ben ik het hondje in een andere omgeving gaan plaatsen. De eerste twee schetsen slaan terug op citaten uit mijn onderzoek. Namelijk: "Veel mensen zijn eenzaam, omdat zij muren bouwen in plaats van bruggen," en "alleen, alleen, heel alleen, alleen op de wijde, wijde oceaan!" De andere drie uitprobeersels heb ik gemaakt omdat ik na ben gaan denken wanneer een hondje nou het zieligst is. Veel mensen laten hun hondje achter aan een boom of dumpen hem ergens als ze ervan af willen. In de eerste instantie wilde ik verder gaan met het citaat over de muren. Maar mijn klasgenoten wezen mij erop dat het beeld niets zei als je het citaat niet kende. Hier had ik zelf niet bij stil gestaan omdat ik het citaat natuurlijk zelf wel kende. Uiteindelijk heb ik er dan ook voor gekozen om verder te gaan met de achtergelaten of gedumpte hond. (Ik heb de randen van het kijkdoosje later zwart gemaakt omdat het beeld dan beter met mijn verhaal overeen kwam en omdat het zwart/wit van de randen dan zouden communiceren met het zwart/wit van het hondje).















Aan de hand van de beelden van de achtergelaten hond ben ik begonnen met het maken van een filmpje. Dit koste me heel veel tijd en is dan ook meerdere malen mislukt. Ik heb veel fouten gemaakt in eerdere versies van mijn filmpje, bijvoorbeeld te rommelige shots, niet goed nadenken over snelheid en duur van de shots en de manier waarop geluid kan communiceren met het gevoel dat je bij de beelden krijgt en hoeveel invloed geluiden en muziek op shots en beelden kunnen hebben. Ik heb sommige shots vertraagd en andere juist versneld. Ik heb muziek uitgekozen die zo goed mogelijk met de beelden overeen komt en mijn filmpje ingekort tot anderhalve minuut.

Na al deze beelden had ik naar mijn zin nog te weinig 3D beelden. Ik ben na gaan denken over de plek waar mensen hun hondje achterlaten. Het meest clichématige verhaal is natuurlijk de boom in het bos. Hier wilde ik niets mee doen omdat het me veel interessanter leek om bij mijn laatste beelden mijn eigen verbeelding te laten spreken en zelf iets te ontwerpen waar mensen hun hondjes achter kunnen laten. Bij het eerste beeld vielen de hondjes helaas totaal weg in de achtergrond, en ook bij de andere beelden is dat nog niet naar mijn zin.




Als laatste heb ik geprobeerd een uitnodigende plek te maken waar mensen hun honden kunnen achterlaten. Op het eerste gezicht ziet het er allemaal erg vrolijk uit en lijkt het alsof de hondjes het erg naar hun zin hebben. Maar ik heb geprobeerd om naar voren te laten komen dat het uiteindelijk helemaal niet zo vrolijk is als het er in de eerste instantie uitziet. Er zit gaas voor de ramen en dat geeft een opgesloten gevoel, ookal zijn de muren vrolijk geel. En ookal slapen de hondjes in roze mandjes en hebben ze genoeg te eten en te drinken, ze zitten wel vastgebonden en hebben geen enkele vrijheid.





woensdag 10 oktober 2007

2D Beeldonderzoek




Uit deze drie tekeningen heb ik de eerste gekozen om mee verder te gaan. Het zijn silhouetten van gebouwen met een zee als lucht. Deze surrealistische voorstelling deed me aan een droom denken. Omdat de gebouwen heel zwart afsteken tegen de donkere lucht en er nogal dreigend uitzien moest ik aan een nachtmerrie denken. Met dit in mijn achterhoofd ben ik verder gegaan met de tekening. Eerst moesten we de nadruk leggen op lijnen, daarna op vlakken en daarna op lijnen en vlakken tegelijkertijd.










Na deze houtskooltekeningen zijn we overgestapt op verf. We begonnen met het mengen van zwart uit magenta, cyaan en geel. Dit lukte mij niet echt maar na veel oefenen kwam ik wel in de buurt van zwart. Met die zwarte verf ben ik verder gegaan met mijn nachtmerrie. De fout die ik bij de houtskooltekeningen maakte was dat ik teveel vasthield aan het feit dat het gebouwen waren, terwijl het belangrijkste juist die nachtmerrie was. Het mogen wel gebouwen worden, maar die gebouwen mogen neit worden getekent met de intensie dat het gebouwen zijn, maar dat het een nachtmerrie is. Bij de volgende verftekeningen heb ik geprobeerd om me niet meer zo aan de voorstelling vast te klampen, maar juist de nadruk te leggen op het uitbeelden van een gevoel.



Na deze zwart/wit schilderijen hebben we een uitstapje gemaakt om te beginnen met kleur. We moesten foto's maken van verschillende dingen in onze dagelijkse omgeving die door middel van licht en schaduw bijzonder werden. Ik heb de volgende foto gekozen om mee door te gaan.
Omdat deze foto een weerspiegeling van de werkelijk is moest ik (alweer) aan een droom denken. Als thema voor de volgende schilderijen heb ik dan ook voor dagdroom gekozen. Ik heb de kleuren in de foto geprobeerd te mengen en ze op zo'n manier non-figuratief te schilderen dat het gevoel van een dagdroom bij je opkomt als je naar de schilderijen kijkt.



Ik had eigenlijk nog geen flauw idee hoe ik dit moest doen en het is bij deze foto dan ook aardig mislukt. Ik had nog geen gevoel voor de kleuren en de mate waarin ik de kleuren op het papier aan moest brengen en de verschillende technieken om iets duidelijk te maken. Ik moest nog experimenteren met de manieren van werken. Ik was nog niet vertrouwd met de kleuren en wist nog niet goed wat ik hiermee aanmoest. Mijn tweede foto die ik heb gemaakt is erg levendig, dat heb ik in de volgende schilderijen geprobeerd naar voren te laten komen.



Na dit werk heb ik stilgestaan bij wat ik tot nu toe heb gedaan. Ook heeft Peter Kantelberg enkele opmerkingen over mijn werk gemaakt. Mijn grootste probleem tot nu toe was dat ik de verf nog niet zag als een materiaal waar je gevoel mee uit kan drukken. Mijn werk tot nu toe is meer een herhaling van technieken die zonder enige reden zijn gebruikt. Mijn tekeningen hebben nog geen betekenis en ik werk te chlichématig. Ik moet leren dat de techniek ondergeschikt is aan de betekenis en dat die technieken die ik gebruik naar een hoger niveau moeten worden getild en vooral met een reden moeten worden gebruikt (bijvoorbeeld verfspatten mag, maar alleen als dit essentieel is voor de betekenis van je schilderij). In het laatste deel van de opdracht heb ik geprobeerd aan al deze punten te werken.
Ik heb voor het laatste deel van de opdracht gekozen om door te gaan met de voorstelling van de huizen van het begin. Deze voorstelling wilde ik alleen niet letterlijk na gaan maken elke keer, maar ik wilde het aspect van de droom er in terug laten komen. Een droom hoeft niet persé slecht of goed te zijn, en ik wilde bij elk schilderij een iets andere kant van een droom laten zien. Ik vond droom als thema wel erg letterlijk, dus ben ik meer uit gegaan van iets surrealistisch (huizen met een zee als lucht is natuurlijk een surrealistische voorstelling). Bij de eerste schilderijen heb ik vooral geexperimenteerd welke kleuren dat gevoel het beste konden uitbeelden. De kleuren die ik heb weggestreept waren groen, geel en oranje (deze had ik in mijn eerste probeersels wel gebruikt). Vooral de combinatie van blauw, paars, magenta en wit werkte goed samen om dat surrealistische uit te beelden.









Bij deze oefeningen ben ik uitgegaan van teveel verschillende dingen. Dat surrealistische moest ik achterwege laten en in plaats daarvan moest ik gaan nadenken over de mogelijkheden van een nachtmerrie. Wat is een nachtmerrie eigenlijk? Dat hoeven niet alleen donkere kleuren en rode verfspatters te zijn. Een nachtmerrie is iets wat niet echt gebeurd, gewoon een droom. Ook heb ik me per oefening te erg beperkt kwa kleurgebruik. In elk schilderij zitten hooguit 4 verschillende kleuren. In de laatste schilderijen die ik heb gemaakt heb ik al die kleuren bij elkaar gebracht. Ook heb ik door nog meer te experimenteren met verftechnieken geprobeerd dat dromerige beter te verbeelden. Ik heb bijvoorbeeld contourlijnen vervaagd en de kleuren niet eerst laten drogen voordat ik verder ging met schilderen, zodat alles een beetje in elkaar overloopt en met elkaar mengt.